Een korte geschiedenis van print verkoop in vogelvlucht

Foto’s verzamelen is zo oud als de fotografie zelf. De Londense galerie P&D Colnaghi verkocht vanaf 1850 foto’s van onder meer Roger Fenton en Julia Margaret CameronAlfred Stieglitz had tussen 1905 en zijn dood in 1946 een aantal galeries waar naast moderne kunst foto’s verkocht werden. In New York maakteJulian Levy in zijn galerie het kunst kopend publiek vertrouwd met het werk van Eugène AtgetPaul StrandCharles Sheeler en Edward Weston

In 1954 begon Helen Gee (1919-2004) wat waarschijnlijk de eerste commerciële fotogalerie moet zijn geweest, Limelight. In de New Yorkse wijk Greenwich Village, op de hoek van Seventh Avenue en Barrow Street. Ze verkocht er foto’s van Ansel Adams, Imogen Cunningham, Robert Frank, W. Eugene Smith, Berenice Abbott, Edward Weston, Bill Brandt, Lisette Model, Alfred Stieglitz en Julia Margaret Cameron voor prijzen van 10 tot 65 dollar.

De echte interesse ontstond begin jaren ’70. Lucien Clergue initieerde het fotofestival van Arles. In Londen begon Sue Davies de Photographers Gallery. In Woodstock was het Howard Greenberg in 1977 met The Center for Photography. In Amsterdam opende Ger Fiolet zijn galerie, wat later gevolgd door de Canon Photo Gallery met Lorenzo Merlo als directeur.

Mensen als Willem DiepraamManfred Heiting en André Jammes legden in alle rust de fundamenten voor hun fotocollecties. Jammes, die boekhandelaar zou worden, kocht zijn eerste foto’s al in 1955, toen hij zich in het boekenvak verdiepte. Zijn belangstelling voor typografie, vormgeving en grafische reproductie groeide uit tot interesse in de geschiedenis van de fotografie. Wat Jammes en zijn vrouw Marie-Thérèse betrof, was de uitvinding van de fotografie net zo belangrijk als die van de boekdrukkunst. Het accent van hun verzameling zou op de jaren 1825-1860 komen te liggen, de pioniersfase van de fotografie.

De eerste keer dat foto’s op een veiling opduiken is in Londen, in 1854. De eerste keer dat dit in Amerika gebeurt, is in 1952, bij Swann Galleries. De prijzen zijn lachwekkend laag.

In 1995 bieden André en Marie-Thérèse Jammes hun collectie voor iets minder dan drie miljoen dollar aan bij Musée d’Orsay. Een voor die tijd enorm bedrag, waar enige jaren vergeefs over onderhandeld wordt. In 1999 gaat de Jammes Collectie in drie blokken bij Sotheby’s ter veiling. Totale opbrengst? Ruim twintig miljoen dollar. De eerste fotoveiling waar echt substantiële bedragen geboden worden, aangejaagd doorSheik Al-Thani van Qatar die van regeringswege bezig is een fotomuseum uit de grond te stampen. De sheik vestigt een nieuw record met zijn bod van 840.370 dollar voor een foto van Gustave le Gray uit 1855, ‘Grande Vague, Sète’.

Daarna gaat het snel. In 1999 verkoopt de Pace/MacGill Gallery in New York een

‘Glass Tears’ (1930-’33) van Man Ray voor 1,3 miljoen dollar. De eerste foto die het miljoen overstijgt. Een ‘vintage print’, een van de vier die van dit negatief gemaakt werden. “Een onberispelijk druk,” aldus Peter MacGill, “adembenemend van kwaliteit.”
Op 6 februari 2002 wordt er 559.724 dollar betaald voor Andreas Gursky’s ‘Untitled 5’ uit 1997. Op 27 april 2004 brengt ‘Identical Twins, Rosella, New Jersey’ van Diane Arbus bij Sotheby’s 478.400 dollar op. Later datzelfde jaar betaalt Peter MacGill 822.400 dollar voor een foto van Dorothea Lange.
En op 8 november 2005 is ‘Untitled (Cowboy)’ van de kunstenaar Richard Prince goed voor 1.248.000 dollar. Het is er een uit een oplage van twee (plus een artist’s proof). Koper is Stellan Holm, kunsthandelaar te New York.

Op 14 februari 2006 wordt op een veiling bij Sotheby’s 2.928.000 dollar neergeteld voor Edward Steichens’ ‘The Pond-Moonlight’ uit 1904. De koper is Peter MacGill. Op diezelfde veiling gaan nog twee foto’s weg voor meer dan een miljoen, beide van Alfred Stieglitz.
Georgia O’Keefe: Nude’ is goed voor 1.360.000 dollar, ‘Hands’ brengt 1.470.000 dollar in het laatje. Beide drukken zijn uit 1919. Maar het koopje van de dag is Steichens’ ‘Balzac-Open Sky’, die direct na ‘The Pond-Moonlight’ wordt geveild. De spanning is uit de lucht en zonder veel opzien te baren mag Dan Solomon – van Mary Solomon Fine Arts – de foto van Rodins buste van Balzac uit 1908 voor 632 duizend dollar mee naar huis nemen.

Op 10 mei 2006 is ’99 Cent’ (2001, oplage 6 stuks) van Andreas Gursky goed voor 2.256.000 dollar.

Op 17 oktober 2006 wordt er 609.600 dollar betaald voor Ansel Adams’ ‘Moonrise, Hernandez, New Mexico’ uit 1948. Een opmerkelijk bedrag voor een foto waarvan meer dan dertienhonderd prints zijn gemaakt. Maar het is dan ook een zeldzame, vroege druk.

Op 16 november 2006 veilt Phillips de Pury moderne kunst, waaronder een tweede exemplaar van Gursky’s ’99 Cent’ die goed is voor 2,48 miljoen dollar, een kleine kwart miljoen meer dan die van 10 mei.

Op 8 november 2011 verwisselt ‘Rhine II’ van Andreas Gursky voor 4,3 miljoen dollar van eigenaar, daarmee het record van 3.890.000 dollar verpulverend, een bedrag dat voorjaar 2011 werd neergeteld voor een foto van Cindy Sherman. Op de derde plaats van duurste foto ooit staat Richard Prince’ Marlboro Man (Untitled, Cowboy) waarvoor de som van 3.401.000 dollar wordt betaald.

Tekst: Pim Milo, schrijver van het Blog -over fotografie-